Zo ontstaat een poppenhoofdje!

Benodigd:
Ondertricot of buisverband
Vulwol
Afbindgaren
Poppentricot

Hoofd:
Ondertricot: Vulwol uitpluizen en op het ondertricot leggen. Het ondertricot met de vulwol tussen duim en wijsvinger nemen en aan de uiteinden van het tricot trekken tot een mooi rond bolletje ontstaat.
Buisverband: De bovenkant van het buisverband met afbindgaren rijgen en sluiten. Het buisverband keren, zodat de knoop aan de binnenkant komt en met uitgeplozen wol vullen.
Het hoofdje bij de hals met stevig afbindgaren afbinden. Het hoofdje heeft de juiste stevigheid, als je het bolletje maar een klein beetje kunt indrukken.
 

Voor de ooglijn een lange afbinddraad nemen. Deze draad tweemaal om het midden van het hoofdje knopen en stevig aantrekken. Zorg ervoor dat u een lange en een korte draad overhoudt. Neem nu de langste draad en zet daarmee de ooglijn met een kruissteekje vast, dit is een oorpunt. Steek door het hoofd naar de andere kant en zet ook daar de ooglijn met een kruissteekje vast. Dit is het andere oorpunt. De draden wegsteken.

Neem een stukje poppentricot dat precies om het hoofd past. Let daarbij op de draadrichting, die moet van boven naar onder lopen. Naai hiervan een kokertje dat precies om het hoofdje past. Maak het kokertje ter hoogte van de hals wat smaller. Het kokertje over het hoofd trekken. Zorg ervoor dat de naad op het achterhoofd komt en dat boven op het hoofd genoeg stof overblijft. De hals afbinden en de draden wegsteken.

De stof boven op het hoofd op vier plaatsen inknippen en de flapjes over elkaar, plat op het hoofd naaien.

Twee kopspelden met dezelfde vorm en grootte nemen en daarmee, direct boven de ooglijn, de plaats van de ogen bepalen. Een stevige draad nemen en deze door het speldegaatje naar het achterhoofd steken. De draad uit de naald trekken. De draad die nog aan de voorkant hangt nemen en deze een klein stukje lager,net onder de ooglijn, ook naar het achterhoofd steken. De draden op het achterhoofd iets aantrekken zodat een oogkas ontstaat, de draden vastknopen. Op deze wijze ook een tweede oogkas maken. Zorg ervoor dat deze even diep ligt. De draden wegsteken en afknippen.

Een scherp bruin, groen of blauw (aquarel)potlood nemen, de punt ietsje vochtig maken en de punt loodrecht in de oogkas zetten. Nu voorzichtig draaien tot een mooi oogje ontstaan is. De plaats van de mond bepalen, een rood (aquarel)potlood nemen. Ook hiervan de punt wat vochtig maken en met een klein, licht gebogen streepje de mond tekenen.

Met rode bijenwas op een doekje de wangen kleuren. (Dit kan ook met de vlakke kant van een droog rood potlood,)

© Atelier De Kleine Trol